HOME
OPVOEDING PUPS



De eerste dagen dat een pup in zijn nieuwe huis is, moeten ze vaak even flink omschakelen en wennen. Ze wennen aan geuren, geluiden, bewegingen en observeren het gedrag van overige aanwezige gezinsleden. Ze leren jouw signalen lezen. Ze kijken heel goed naar wat jij doet en hoe jij reageert. Dat een pup overal achter je aan loopt, heeft een heel logische reden. Jij bent de toegangspoort naar alles wat voor de pup belangrijk is: voedsel, toegang tot de buitenwereld, warmte, affectie, liefde, veiligheid en geborgenheid en sociale interacties. Straf een pup dan ook nooit, omdat hij achter je aan loopt. Zeker in het begin heeft een papje dit nodig om zich veilig te voelen. Tot hij het vertrouwen heeft dat jij er altijd bent, moet je de pup ook nog niet alleen laten.

Je kunt zien dat een pup vertrouwen heeft wanneer de pup meer zelfstandigheid laat zien en wanneer de pup, bijvoorbeeld in staat is om te blijven liggen wanneer jij door het huis beweegt. Dit is een teken dat het pupje aan het leren is dat bewegingen door het huis normaal zijn en dat het niet altijd nodig is om overal met de neus er bovenop te zitten. Dit kost een hond namelijk energie. Uiteindelijk wil een lichaam graag energie besparen. Naarmate het vertrouwen groeit, zal je zien dat er meer rust, zelfstandigheid en zelfvertrouwen ontwikkelt.

Je hoort vaak: “mijn pup luistert zo goed, hij blijft altijd bij mij!” BLIJF WAAKZAAM! Als de pup wat langer bij je is, zal hij wel de weg oversteken als hij zijn vriendjes ziet. Daarom: bij open toegang tot verkeer: ALTIJD AANLIJNEN. Laat je pup alleen los op veilige stukken, zonder toegang tot verkeer.

Tip: observeer het gedrag van jouw hond heel goed en leer je hond te ‘lezen’. Als het gedrag van je hond plots afwijkt van het normale gedrag, dan is hier meestal een goede reden voor. Probeer die te achterhalen en je voorkomt problemen.

Een puppy cursus is een goede manier om onder professionele begeleiding te kunnen ontdekken hoe je hond in elkaar zit en wat voor signalen hij uitzendt naar andere honden en mensen. Dit is goed voor het socialiseren en voor het omgaan met je pup. Je leert daar de signalen herkennen die je hond uitzendt naar honden en mensen zodat jij daar adequaat op kunt reageren. Echter: merk je dat de pup het op de cursus heel erg spannend en/of onaangenaam vindt en/of voelt er iets niet goed? Dwing de hond dan zeker niet over grenzen heen. Ga ook zeker niet over jouw eigen grenzen heen. Het moet goed voelen voor iedereen. Voelt iets niet goed, dan niet doen.

Algemene verzorging pups

In het opvanggezin probeert men de pups al verzorgende handelingen te leren tolereren. Zo kan een pup leren dat er gekeken kan worden naar het gebit, nagels, oren en ogen, zonder dat dit bedreigend is voor de pup. Dit kan alleen met veel liefde, geduld en zonder dwang. Bij honden met hangoren is het belangrijk om de oren geregeld te controleren i.v.m. opstapelen van vuil wat kan leiden tot ontstekingen.

Pups (grotere formaten maar bij heel jonge leeftijd ook de kleinere formaten) mogen geen traplopen i.v.m. de ontwikkeling van de gewrichten (op jonge leeftijd zijn deze nog niet stabiel. Dit is vaak te zien aan wiebelig gangwerk. Overbelasting kan leiden tot aandoeningen en de ontwikkeling van de gewrichten onder druk zetten). Daarom plaatst S.O.S. Strays geen pups van de grotere rassen op een flat.

Zindelijkheidstraining

Hoe lang dit duurt, dat kan verschillen van hond tot hond. Zodra een pup gespeeld heeft, geslapen heeft, gegeten heeft, dus eigenlijk na iedere activiteit of iets langere rust (slaap): gelijk naar buiten. Prijs de pup de hemel in als deze buiten de behoeftes doet (een klein snoepje kan soms helpen, maar is lang niet altijd nodig). De eerste tijd zal je zo ongeveer om de 2 uur naar buiten moeten. Het is niet de bedoeling dat je dan hele wandelingen maakt, maar even plassen en poepen en weer naar binnen.

Ook zal je ’s nachts nog een keer eruit moeten met je pup. Je kunt je wekker zetten of, als je pup in de slaapkamer slaapt, merk je vanzelf als hij wakker wordt. Pups worden niet zindelijk van een bench, als ze moeten, dan moeten ze en dan vervuilen ze ook rustig hun slaapplek, omdat ze niet anders kunnen. Zet dus geen bench in met als doel om zindelijkheid voor elkaar te krijgen.

Straf een hond nooit als hij binnen behoeftes doet of heeft gedaan. Bij puppy’s werken de blaas -en sluitspieren nog niet optimaal en bij volwassen honden kunnen er ook emotionele en lichamelijke klachten spelen. Door te straffen kan een hond bang worden voor de persoon die de straft uitdeelt. Een vervelend gevolg kan zijn dat de hond niet meer in het bijzijn van die persoon durft te plassen/poepen, met allerlei nare gevolgen van dien.

Buiten beloon je de pup echt heel overdreven als hij wat doet. Binnen ruim je het op zonder wat te zeggen. Let goed op je pup. Wordt hij wat onrustig dan ga je meteen naar buiten. Als je denkt hij wil nú gaan zitten, til hem dan meteen op (de meeste honden hebben een ingebouwde rem als je ze optilt, zullen ze niet gaan plassen) loop gauw naar buiten en zet hem neer en dan uiteraard belonen.

Voernijd

Sommige pups grommen als je ze nadert, aanraakt of aan de voerbak/kluif komt wanneer ze aan het eten of kluiven zijn. Dit heeft te maken met negatieve verwachtingen van de pup. De pup vermoed dat jij iets komt afpakken/wegnemen. Dergelijke leerervaringen kunnen al ontstaan in het nest, wanneer broertjes en zusjes competitie moeten voeren over voedselbronnen. Het kan ook ontstaan wanneer mensen geregeld dingen van een pup afpakken of zaken uit de bek nemen. Soms gebeurt dit met goede bedoelingen, maar ons advies is: probeer het afnemen van zaken zo veel mogelijk te voorkomen.

Verplaats jezelf eens in de belevingswereld van de pup, jij zit lekker te genieten van iets en iemand pakt dat plots van jou af, zou je daar vriendelijk op reageren?

Wij adviseren het aanhouden van de volgende regels:
- Geef kinderen geen toegang tot de hond wanneer deze aan het kluiven of aan het eten is. Kinderen en honden kunnen elkaar minder goed lezen, waardoor dit voor de hond eerder dreigend kan overkomen. Laat kinderen de hond dus nooit naderen wanneer deze aan het eten is.
- Als je hond een bot heeft of zijn maaltijd gekregen heeft, laat de hond dan met rust

Indien je graag wil dat je pup positieve verwachtingen krijgt bij jouw nadering wanneer de pup iets in het bezit heeft, dan is dat zeker haalbaar. Zorg dan dat jouw nadering louter positieve gevolgen heeft voor de pup. Gooi bijvoorbeeld eens iets extra lekkers richting de pup wanneer hij aan het kluiven is en loop vervolgens weer weg. Voeg dus alleen iets lekkers toe! Zo kan de pup leren: nadering van mensen voorspelt iets extra lekkers erbij. Ze nemen niets af, ze voegen iets lekkers toe. Bij die leerervaringen ontstaan er positieve verwachtingen en zal je zien dat je pup blij opkijkt als je nadert.

Wanneer de pup positieve verwachtingen heeft met jouw nadering, dan kun je, in geval van nood iets lekkers geven en het item ruilen. In dat geval zal de pup nog steeds leren: er komt wel iets lekkers, maar er is alsnog iets afgepakt. Zet dit daarom niet te vaak in, alleen bij nood en voeg geregeld dingen toe zonder iets af te nemen, zodat de positieve verwachting sterk blijft.

Tip: gebruik voor droge brokjes eens geen voerbak, maar laat de pup deze opsnuffelen uit de tuin of van een oude theedoek op de grond. Dit kan mentale verrijking bieden en een pup wat rustiger laten eten.

Hoe leer ik een pup wat 'plaats' is

Je kunt een pup leren dat het verblijven op een kleedje hele fijne dingen voorspelt, waardoor de pup graag op het kleedje wil blijven. Vraag een professional (hondentrainer) eventueel om hulp voor goede gerichte begeleiding. Hieronder een voorbeeld van hoe je van start zou kunnen gaan:

Start bijvoorbeeld door een paar kleine voertjes op het betreffende kleedje te strooien. De pup zal deze vinden en opeten op het kleedje. Voeg daar nog wat kleine voertjes aan toe. Pak nu een derde enkel voertje en gooi deze een klein eindje weg van het kleedje, zodat de pup van het kleedje af moet om deze te vinden. Daarna leg je weer voertjes op het kleedje en als de pup deze op heeft gooi je er weer eentje vanaf. Nu wacht je. Kijk eens of de pup al vanzelf weer richting het kleedje komt.

Zo niet, herhaal je bovenstaande nog een keer (paar voertjes op het kleedje, één voertje er vanaf). Wanneer de pup duidelijk aanstalten maakt om richting het kleedje te gaan kun je het signaal toevoegen, bijvoorbeeld ‘plaats’ terwijl je richting het kleedje wijst en zodra de pup het kleedje betreedt prijs je hem de hemel in en krijgt hij voertjes. Blijft hij op het kleedje krijgt hij om de zoveel tijd een voertje. Loop nu eens zelf weg van het kleedje en wacht tot de pup van het kleedje afgaat. Roep dan ‘plaats’ en wijs naar het kleedje… heeft de pup de link al gelegd?

Werk altijd in kleine, makkelijke stapjes. In het begin zal je veel moeten belonen. Later kun je het gok-effect invoeren, wat voor de pup gaat betekenen: “vaak krijg ik iets lekkers als ik dit doe op hun signaal, soms alleen een verbale beloning, maar de kans op iets lekkers maakt het de moeite waard”. Later hoef je alleen nog maar soms iets lekkers te geven.

Bezoek ontvangen

Een gouden tip om te voorkomen dat een hond leert om aan te slaan bij de deurbel en/of bij binnenkomend bezoek is: zorg dat bezoek GEEN initiatief neemt in het actief maken van contact. Bezoek instrueer je: laat de pup a.u.b. met RUST. Alleen als de pup jou actief opzoekt, beantwoord je met rust en vriendelijkheid (geen opwinding, geen drukdoenerij, geen polonaise aan het lijfje van de pup). Laat het initiatief voor contact dus altijd bij de pup en beantwoord het initiatief van de pup met rustig, vriendelijk contact, waarbij de pup de gelegenheid heeft om weg te bewegen.

Toont de pup geen initiatief voor het maken van contact, laat hem met rust! In de toekomst zal je hier dankbaar voor zijn. Het aanslaan bij de deurbel of richting bezoek heeft altijd te maken met eerdere leerervaringen en verwachtingen rondom het gedrag van bezoekers. Voedt je bezoekers dus ook goed op.

Het 'hier' komen

1: Oefen altijd op een veilige plaats, als je pup los is. Dus niet op een veldje wat aan de weg ligt, want als hij een blaadje achteraan gaat, weet hij niet dat de weg gevaarlijk is!!! Zelfs in het bos moet je uitkijken voor de paarden die daar lopen. Eén schop van een paard wat schrikt, kan dodelijk zijn voor je puppy.

Niet iedere volwassen hond houdt van pups. Het is een fabeltje dat een volwassen hond een pup nooit wat zou doen. Als je een andere hond ziet, roep je pup bij je en vraag eerst aan de begeleiders van de andere hond of het kan. Zo ja, dan laat je ze lekker spelen en zo niet dan loop je door met je aangelijnde pup.

2: Straf NOOIT ook al duurt het wel eens lang voordat hij komt en heb je eigenlijk haast omdat je weg wilt. Als je haast hebt, klinkt je sten geïrriteerd en dat merkt je pup. Hij zal dan helemaal gaan treuzelen en een conflict met jou willen vermijden, waardoor hij jou gaat vermijden.

Een pup kan dan ook stress signalen laten zien, zoals bijvoorbeeld het met de tong snel langs de neus likken, uitgebreid aan een grassprietje gaan staan snuffelen of toch nog gauw een plasje voor hij bij jou komt, het weg kijken en heel traag naar je toekomen, dit zijn allerlei signalen van ongemak. Als je deze signalen niet herkent en daardoor nog kwader wordt, snapt de pup er niets meer van.

Probeer, hoe gehaast je ook bent, altijd met een vrolijke stem je pup te roepen. Beloon je pup uitgebreid en je zult zien dat hij dan wel luistert. Zorg ook dat je de pup geregeld bij je roept en beloont en dan weer laat gaan, zodat hij niet de link legt: komen betekent een eind aan het losloopfeest. Je kunt de hond zelfs aanlijnen en weer loskoppelen, zodat hij weet: komen eigenlijk altijd leuk en soms mag ik daarna ook weer gaan, dus ik kom zeker, want misschien krijg ik wel iets lekkers. Als een hond een keer niet komt, haal hem dan op en lijn hem rustig aan zonder iets te zeggen.

Lijn ook nooit op vaste plekken je pup aan, roep hem ook eens tussendoor, lijn hem heel eventjes aan en laat hem weer los na 10 m. Dit moet je doen omdat anders een puppy heel gauw doorheeft wanneer hij weer naar huis moet en dan minder snel zal komen, dus belonen als hij komt, 10 m aan de riem en weer vrij geven en steeds op verschillende plaatsen weer aanlijnen.

Bench training

Een bench mag NOOIT een strafplek zijn, maar alleen een hulpmiddel. Ook is het niet de bedoeling dat de pup er uren achter elkaar in zit, maar dat het alleen voor eventjes is!

Je laat je puppy al vanaf de eerste dag aan de bench wennen en je houdt de bench lekker open, je geeft beloningen in de bench, eten in de bench, kortom het moet een veilige plek voor de hond worden net zoals bv een mand. Je kunt de bench aan 3 kanten afdekken met doeken of met dekens zodat het een veilig ‘hol’ wordt.

Wanneer de pup vol vertrouwen in de bench gaat kun je, wanneer hij aan het eten is, het deurtje van de bench sluiten. Blijf zelf in de buurt. Na het eten kijk je naar het gedrag van de pup. Bij ontspanning laat je hem nog eventjes in de bench zitten met het deurtje dicht en dan doe je zonder wat te zeggen het deurtje weer open. Zorg dat je het deurtje altijd weer opendoet vóórdat de pup spanning laat zien. Zo voorkom je negatieve leerervaringen met de bench. Geleidelijk zal de pup het langer kunnen volhouden om ontspannen te blijven.

Als de hond de bench als een veilig plekje gaat zien, zal hij er waarschijnlijk uit zichzelf al in gaan liggen. Zo af en toe sluit je het deurtje. Zorg wel dat de pup je kan zien, blijf in dezelfde ruimte als de pup!
Pas als de pup het helemaal geen probleem vindt (voor de één gaat dit vlugger dan voor de ander) kun je hem eens wat langer in de bench laten.

Belangrijk: mocht je toch een keer te laat zijn met het openen van de bench en begint de pup te piepen of te blaffen? Wacht dan heel even… wordt het steeds heviger of wordt het al gauw minder? Als het minder wordt, dan bestaat er een kans dat de pup zichzelf kan herstellen en tot weer tot rust komt. In dat geval kun je wachten tot de pup tot rust is gekomen en dan het deurtje open doen. Echter..indien het gedrag niet verminderd of indien het gedrag heviger wordt; doe het deurtje dan zo snel mogelijk open. Bij twijfel, gewoon de bench weer openmaken.

Sla de ervaring wel goed op en bedenk dat je de volgende keer oefenen de deur echt al eerder moet openen: waren er al eerder signalen van spanning te zien? Liever te vroeg openen, dan te laat. Wanneer een pup veelvuldig op een escalerende manier piept, jankt en blaft in de bench zullen er twee dingen versterken: 1: de negatieve associatie met de bench wordt steeds sterker
2: de pup kan leren dat het piepen en jammeren en blaffen zorgt voor snelle verlichting, wat dergelijk gedrag kan versterken.

Dat laatste (2) is overigens géén reden om de pup te laten creperen en lijden in de bench. Zeker wanneer het steeds heviger wordt, is het verstandig om de pup eruit te laten. Echter, leer er zelf van en zorg dat je de deur de volgende keer eerder hebt geopend. Voorkomen is in deze aanzienlijk makkelijker dan moeten ‘genezen’.

Alleen laten

Leren om ontspannen alleen te blijven kan een pup alleen wanneer hij zich helemaal veilig en vertrouwd voelt in de omgeving (er moet al sprake zijn van een bepaalde mate van vertrouwen en zelfstandigheid) en wanneer de pup heeft ervaren dat gezinsleden altijd terugkomen. De pup leert dat het niet de moeite en energie waard is om zich er druk over te maken wanneer je uit beeld verdwijnt, want je komt altijd weer in beeld voordat de pup in paniek kan raken.

Dit gebeurt normaal gesproken geleidelijk en vaak zonder bewuste training. De pup ziet bijvoorbeeld dat je naar het toilet gaat en dat je weer terugkeert. Of dat je naar boven gaat en weer naar beneden komt. Etc.

Leren alleen zijn kan een pup dus wanneer je deze eraan blootstelt op een hele casual en ontspannen manier, terwijl de pup ook ontspannen is en ontspannen kan blijven. Rustige bewegingen waarbij de pup continu gerust wordt gesteld met jouw terugkomst, zorgen voor een geleidelijke opbouw van vertrouwen.

Rust

Veel mensen vergeten nog wel eens dat een pup veel rust nodig heeft. Soms is hier begeleiding bij nodig. Zou je sommige pups hun gang laten gaan, dan kunnen ze in de hele dag ‘aan staan’. Pups zijn nog in ontwikkeling met hun botten en spieren en vooral de wat grotere rassen hebben vaak verplicht rust nodig om alles goed in verhouding te laten groeien.

Geef je pup niet de hele dag actieve aandacht, maar laat hem af en toe maar eens even lekker zelfstandig doen. Laat de pup even helemaal met rust en zorg dat er rust is in huis (bewegingen kunnen de pup actief houden). Kijk of de pup zelfstandig tot rust kan komen. Dat is het meest gunstige scenario, want zo leert een hond zichzelf te reguleren. Wil dat nog niet helpen, dan is verplicht een uurtje in de bench (mits deze ontspannen is aangeleerd) geen probleem. Ook is het erg belangrijk dat de kinderen de pup geregeld met rust laten en als de pup slaapt: NIET STOREN.

Bij vragen kunt u altijd terecht bij ons team Nazorg.
Mail hiervoor naar nazorg@sos-strays.nl. Beter een keer teveel gevraagd dan te weinig!







TERUG NAAR PAGINA OPVOEDING